Naar een CO2-neutrale energievoorziening in 2050

Naar een CO2-neutrale energievoorziening in 2050

Industrie, wetenschap en overheid werken samen aan duurzame energie

De industrie, de wetenschap en de overheid moeten samenwerken om Nederland in de komende decennia klaar te stomen voor een maatschappij die draait op zon en wind. Dat staat in het advies 'Elektrochemische Conversie & Materialen - Naar een CO2-neutrale energievoorziening in 2050'.

Het advies werd op maandag 11 september door de commissievoorzitter en de boegbeelden van drie samenwerkende topsectoren overhandigd aan het ministerie van Economische Zaken.
We maken steeds meer gebruik van zonne-energie en windenergie. Maar wat als de zon niet schijnt en de wind niet waait? Tot nu toe is er dan geen probleem. Het elektriciteitsbedrijf schakelt een extra kolencentrale bij of verstookt extra gas. Dat is niet duurzaam en Nederland wil daar op termijn van af. Daarom werken op dit moment wetenschappers aan alternatieve manieren om windenergie en zonne-energie op te slaan. Onderzoekers willen bijvoorbeeld energie opslaan in waterstof, methaan of ammoniak. Die stoffen kunnen in tanks bewaard worden voor windstille, donkere periodes. Het opslaan van energie kost overigens zelf ook weer energie, maar als alle energie duurzaam is, dan maakt het niet uit dat een beetje van die duurzame energie gebruikt wordt om de overige energie op te slaan.

Chemische industrie moet ook duurzaam
Naast de opslag van energie is er een tweede belangrijke uitdaging. De chemische industrie gebruikt namelijk nu nog niet-duurzame bronnen als grondstof. We maken bijvoorbeeld plastic uit aardolie. Die industrie moet in de toekomst ook duurzaam worden. De twee uitdagingen in een notendop zijn dus: hoe slaan we energie op en hoe zorgen we voor duurzame materialen? Bij beide uitdagingen draait het om de overgang van aardgas en aardolie naar duurzame bronnen.

Vier doelstellingen
Drie topsectoren, die van Energie, Chemie en High Tech Systemen & Materialen, besloten een half jaar geleden om de twee uitdagingen samen aan te pakken. Ze spraken met tientallen deskundigen uit het bedrijfsleven en uit de wetenschap.

Op basis van die gesprekken stelde de adviescommissie vier doelstellingen op voor de toekomst:

  1. In 2030 wordt waterstof CO2-arm geproduceerd voor maximaal 2 euro per kilo (nu kost dat nog ongeveer 6 euro per kilo). In 2050 moet waterstof nog maximaal 1 euro per kilo kosten.
  2. In 2030 wordt minstens twintig procent van de waterstof en ammoniak geproduceerd zonder CO2-uitstoot.
  3. In 2050 wordt minstens veertig procent van de in de industrie geproduceerde CO2 weer gebruikt als grondstof.
  4. In 2050 is de hele transportsector CO2-neutraal.

Drie aandachtsgebieden
Om de vier doelstellingen te bereiken, hebben drie gebieden aandacht extra nodig:

  1. Integratie van elektrolyse en duurzaam waterstof in het energiesysteem en in grootschalige chemische processen.
  2. Grootschalige ontwikkeling van innovatieve elektrochemie en materiaalkunde.
  3. Het aanbrengen van focus en massa in onderwijs en kennisuitwisseling.

Diverse aanbevelingen
Het adviesrapport doet een aantal aanbevelingen ten aanzien van governance (onder andere: 'Ontwikkel een nationale aanpak'), regelgeving ('Zorg voor zekerheid over CO2-regelingen op lange termijn'), onderwijs ('Investeer in opleidingen voor elektrochemie') en onderzoek & ontwikkeling ('Reserveer 200 miljoen euro per jaar voor investeringen in proeftuinen, pilots en demo's').

Richard van de Sanden (voorzitter): coördineer en investeer
Richard van de Sanden, directeur van energieonderzoeksinstituut DIFFER en voorzitter van de adviescommissie legt uit: "De CO2-doelstellingen die de overheid heeft gesteld, zijn een mooi begin om innovaties te versnellen. Maar het systeem is te complex voor afzonderlijke marktpartijen. We hebben coördinatie nodig en extra investeringen."

Emmo Meijer (topsector Chemie): samen creëren we een nieuwe wereld
Emmo Meijer, boegbeeld van de topsector Chemie vult aan: "Het gaat om uitdagingen waar je in veel richtingen kunt bewegen, maar we moeten juist de convergentie opzoeken. Bovendien, de chemische industrie heeft fabrieken die nog tientallen jaren mee moeten. Die processen kun je niet in één keer overzetten op duurzaam. Maar als we nou beginnen met het vergroenen van de enorme energievraag van de industrie, dan zijn we al een eind op de goede weg. En als we dan ook nog de elektrochemie vernieuwen, dan kunnen we samen een nieuwe wereld creëren."

Manon Janssen (topsector Energie): praktische zaken die we kunnen aanpakken
Manon Janssen, boegbeeld van de topsector Energie valt Meijer bij: "Samenwerking is wat mij betreft het sleutelwoord. Dit kan niemand alleen. Verder vind ik het mooie van dit advies dat er een aantal praktische zaken in staat die we kunnen gaan aanpakken."

Amandus Lundqvist (topsector HTSM): grote rol voor overheid
Amandus Lundqvist, boegbeeld van de topsector High Tech Systemen & Materialen (HTSM) sluit daarbij aan: "Kijk, laat ik eerst zeggen dat ik er natuurlijk vanuit ga dat een nieuw kabinet gewoon met middelen komt voor de energietransitie. Daarnaast is onze uitdaging bij uitstek een onderwerp waarbij de overheid een agenderende en regievoerende rol moet spelen."

Eerste reactie van twee directeuren-generaal
Bertholt Leeftink, directeur-generaal Bedrijfsleven & Innovatie en Sandor Gaastra, directeur-generaal Energie, beiden van het ministerie van Economische zaken, namen het advies in ontvangst. Leeftink: "De uitdagingen gaan over sectoren heen. Jullie advies is een brede, integrale agenda, gedreven door een missie. Laten we er met zijn allen voor zorgen dat dit een prominente plek krijgt in de kennis- en innovatieagenda's en in de innovatiecontracten die de komende tijd worden opgesteld." Medeontvanger Gaastra vult aan: "En het moet niet alleen in contracten en agenda's komen. Dit is veel breder. Dit past bijvoorbeeld ook bij het nationale energie- en klimaatplan. En ik zie aangrijpingspunten in de discussie en de planvorming over waterstof. Ga vooral door met jullie samenwerking en laat dit advies geen eenmalige vuurpijl zijn."
De komende tijd zullen de betrokkenen uit het bedrijfsleven, van de kennisinstellingen en van de overheid met elkaar overleggen over hoe het advies nader kan worden uitgewerkt.

Terug naar overzicht